Augustinus’ “Geen Vóór”: In zijn Confessiones stelt Augustinus dat er geen tijd bestond vóór de schepping; tijd werd samen met de wereld geschapen. De vraag “Wat deed God voordat Hij de wereld schiep?” is daarom logisch ongeldig [1] [2].

Boëthius’ Definitie: Eeuwigheid wordt gedefinieerd als interminabilis vitae tota simul et perfecta possessio (de totale, gelijktijdige en perfecte bezitting van eindeloos leven). Dit staat in scherp contrast met ‘altijdheid’ (everlastingness) in de tijd [3] [2].

Atemporale Schepping: Theoloog Paul Helm beargumenteert dat God de wereld tijdloos schept. God heeft ontologische, maar geen temporele prioriteit over de schepping. Hij schept met de tijd, niet in de tijd [4].

Vier Filosofische Modellen: De hedendaagse theologie onderscheidt vier benaderingen: pure atemporaliteit, atemporale duur (ET-simultaneity), tijdloos zonder/temporeel mét schepping, en metrisch amorfe tijd [2].

Kritiek van Swinburne: Tegenstanders zoals Richard Swinburne stellen dat als God schept en ingrijpt, Hij temporeel vooraf moet gaan aan deze effecten, wat Hem in de tijd zou plaatsen [4].

Inleiding

De vraag hoe een eeuwige, onveranderlijke God een tijdelijke wereld kan scheppen zonder Zijn eigen eeuwigheid te doorbreken, is een van de meest diepgaande paradoxen in de filosofische theologie. Als God in de eeuwigheid bestaat, impliceert een ‘nieuwe’ actie zoals de schepping schijnbaar een verandering in God, wat in tegenspraak is met Zijn onveranderlijkheid. Dit rapport analyseert hoe historische kerkvaders en moderne filosofen dit probleem oplossen door het concept van tijd zelf te herdefiniëren in relatie tot het goddelijke.

Historische wortels

De klassieke theologie heeft de basis gelegd voor het onderscheid tussen Gods tijdloze eeuwigheid en de temporele realiteit van de schepping.

Augustinus’ “geen vóór” (Confessiones XI)

Augustinus worstelde in Boek XI van zijn Confessiones met de vraag: “Wat deed God voordat hij de wereld schiep?” [1]. Zijn revolutionaire antwoord was dat deze vraag uitgaat van een valse premisse. Er bestaat immers geen ‘vóór’ voordat de tijd geschapen is [1]. God is de oorzaak van alle tijden, en Zijn eeuwigheid is altijd in het heden, voorafgaand aan alle verleden en toekomstige dingen omdat zij nog moeten komen [2].

Boëthius’ interminabilis vitae

Boëthius introduceerde in De consolatione philosophiae de klassieke definitie van eeuwigheid: interminabilis vitae tota simul et perfecta possessio [3]. Dit betekent dat God Zijn eindeloze leven volledig en gelijktijdig bezit. In tegenstelling tot de menselijke ervaring, waarin het verleden verloren is en de toekomst nog moet komen, is voor God alles een eeuwig ‘nu’ [2].

Thomas van Aquino’s tweedelige model

Thomas van Aquino, beïnvloed door eerdere denkers, stelde dat Gods tijdloze eeuwigheid primair in negatieve termen begrepen moet worden: het mist begin, einde en opeenvolging [2]. Omdat God tijdloos eeuwig is, is het zinloos om te vragen hoe oud God is of wat Hij later zal gaan doen [2].

Filosofische differentiatie

Moderne filosofen hebben de klassieke concepten verder verfijnd om de relatie tussen God en tijd te verklaren.

Stanford Encyclopedia-analyse

De Stanford Encyclopedia of Philosophy categoriseert de verschillende theologische posities over God en tijd. Om deze complexe theorieën inzichtelijk te maken, volgt hier een vergelijkende analyse:

Theologisch ModelDefinitie en KernconceptBelangrijkste VoorstandersImplicatie voor de Schepping
Pure AtemporaliteitGod bestaat volledig buiten de tijd, als een onmiddellijk geheel zonder opeenvolging.Augustinus, Boëthius, AquinoSchepping is een tijdloze daad; God schept de tijd samen met het universum.
Atemporale Duur (ET-simultaneity)God ervaart een oneindig, verledenloos en toekomstloos ‘eeuwig heden’ dat gelijktijdig is met alle temporele momenten.Stump, KretzmannVerbindt de eeuwige modus met de temporele modus via een uniek referentiekader.
Tijdloos zonder, Temporeel mét ScheppingGod bestond tijdloos zonder de schepping, maar werd temporeel op het moment dat Hij het universum schiep.William Lane CraigDe schepping markeert het begin van Gods temporele relatie met de wereld.

Bovenstaande tabel toont aan dat de theologische benadering van de schepping fundamenteel afhangt van hoe men Gods relatie tot de tijd definieert [2].

Paul Helm’s “eternal creation”

Paul Helm verdedigt het idee van een tijdloos eeuwige schepping. Hij stelt dat God ontologische, maar geen temporele prioriteit heeft over Zijn schepping [4]. Wanneer we spreken over een tijdloze God die schept, moet het werkwoord ‘scheppen’ op een tijdloze manier worden begrepen, vergelijkbaar met hoe het getal twee volgt op het getal één [4]. God veroorzaakt eeuwig het bestaan van het universum, waarbij de gebeurtenis niet op hetzelfde moment plaatsvindt als Gods wil daartoe [4].

Swinburne & critici

Richard Swinburne bekritiseert de pure atemporaliteit. Hij stelt dat als Gods eeuwige bestaan een duur heeft, het niet tijdloos kan zijn [4]. Volgens Swinburne moet een God die schept en ingrijpt in het universum, temporeel voorafgaan aan deze effecten, wat betekent dat Hij Zich in de tijd bevindt [4].

Moderne wetenschappelijke context

De theologische opvatting dat tijd een begin heeft, resoneert opvallend met de moderne kosmologie. De oerknaltheorie (Big Bang) postuleert dat ruimte en tijd zelf ontstonden bij de singulariteit. Dit biedt een empirisch referentiekader dat naadloos aansluit bij Augustinus’ inzicht dat de tijd met de wereld werd geschapen, en niet als een lege container bestond waarin God besloot te handelen.

Doctrinaire implicaties

Schepping-in-tijd vs. schepping-buiten-tijd

Als God tijdloos is, is de schepping geen gebeurtenis in Gods leven. God “begon” niet met scheppen na een periode van inactiviteit. Zoals Helm opmerkt, is het beter om de negatieve aspecten van goddelijke tijdloosheid te benadrukken dan het te vergelijken met temporele duur [4].

God’s kennis en tijdloze wil

Een tijdloze God weet niet wat er “morgen” gebeurt door in de toekomst te kijken, maar omdat alle temporele gebeurtenissen in een atemporeel heden voor Gods geest aanwezig zijn [2]. Dit lost het probleem op van hoe God de wereld kan kennen en sturen zonder Zelf aan verandering onderhevig te zijn.

Risico-analyse & mitigatie

Over-reliance op atemporale duur

Het concept van ‘atemporale duur’ (zoals voorgesteld door Stump en Kretzmann) roept vragen op over de coherentie ervan. Als het een oneindige uitgestrektheid heeft, hoe verschilt het dan van temporele duur? [2]. Dit kan leiden tot verwarring over Gods immanentie en Zijn vermogen om in de geschiedenis te handelen.

Misverstanden onder studenten

Er is een aanzienlijk risico dat gelovigen en studenten ‘eeuwigheid’ verwarren met ‘eindeloze tijd’ (everlastingness). Het is cruciaal om in theologische educatie duidelijk te maken dat eeuwigheid (in de klassieke zin) de afwezigheid van tijd betekent, niet een oneindige hoeveelheid ervan.

Aanbevelingen & concrete stappen

Kies één modaliteit als kernconcept: Voor theologische consistentie is het aan te raden het klassieke model van pure atemporaliteit (Augustinus/Boëthius) te hanteren, waarbij duidelijk wordt gecommuniceerd dat God de tijd zelf heeft geschapen.

Ontwikkel catechetisch materiaal: Gebruik analogieën, zoals wiskundige waarheden (bijv. het getal 7 bestaat buiten de tijd [4]), om het concept van een tijdloze God uit te leggen aan congreganten.

Integratie met wetenschappelijke cosmologie: Gebruik de oerknaltheorie als een brug om aan te tonen dat het concept van “het begin van de tijd” zowel wetenschappelijk als theologisch valide is.

Conclusie

De schijnbare paradox van een eeuwige God die schept, wordt opgelost door te erkennen dat God niet in de tijd schept, maar de tijd samen met het universum schept. Door de eeuwigheid te definiëren als een tijdloos ‘nu’ (tota simul), zoals Boëthius en Augustinus deden, wordt Gods onveranderlijkheid gewaarborgd. De scheppingsdaad is geen onderbreking van Gods eeuwigheid, maar de tijdloze oorzaak van onze temporele realiteit.

Eindnoten

  1. HET METAFYSISCH ‘MOMENT’ VAN HET AUGUSTIJNS …. https://denkerij.nl/TijdAugustinus.pdf
  2. eternity, in Christian thought. https://plato.stanford.edu/entries/eternity
  3. BOETHIUS, The Consolation of Philosophy. https://www.loebclassics.com/view/boethius-consolationphilosophy/1973/pbLCL074.423.xml
  4. ETERNAL CREATION1 – Paul Helm. https://www.tyndalebulletin.org/article/30437-eternal-creation.pdf

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *