Het Bijbelboek Daniël schetst in hoofdstuk 9 een periode van 62 weken, gevolgd door 7 weken en , nog in de toekomst liggend 1 week. De weken zijn 7 jaar per week. Dit is de uitleg van de meeste eindtijdeskundigen. George Athas komt met een alternatieve interpretatie. [1].

Samenvatting

Het artikel onderzoekt de beruchte passage over de zeventig ‘weken’ in Daniël 9 en probeert een nieuwe, coherente uitleg te geven die zowel bij de tekst als bij de historische gebeurtenissen past.

Hoofdpunten

• De auteur werkt synchroon, uitgaande van de eindvorm van het boek Daniël en de interne narratieve structuur.

• Daniël 1 situeert het begin van de ballingschap rond 605/606 v.Chr., het jaar van Daniëls deportatie (volgens het verhaal).

• Daniël 9 speelt zich af in 539/538 v.Chr., direct na de val van Babylon, wanneer Daniël nadenkt over het mogelijke einde van de ballingschap.

• De “weken” worden zoals gebruikelijk opgevat als periodes van zeven jaar.

De drie perioden van de zeventig weken

De auteur bespreekt aannames die traditioneel worden gemaakt en betoogt dat:

• De 7 weken en de 62 weken niet noodzakelijk opeenvolgend hoeven te zijn.

• De twee genoemde “gezalfden” in Daniël 9:25–26 niet dezelfde persoon hoeven te zijn.

Nieuwe voorgestelde interpretatie

De auteur stelt een alternatieve lezing voor van Daniël 9:25–27:

De laatste “week” (7 jaar) = 170–163 v.Chr.

Dit komt overeen met:

– Antiochus IV Epifanes’ onderdrukking van de Joden.

– De tempelschending (167 v.Chr.)

– De Makkabeese opstand en tempelreiniging (164/163 v.Chr.)

De gezalfde die wordt gedood (Daniël 9:26) = Hogepriester Onias III, vermoord rond augustus 170 v.Chr.

Zijn dood markeert de overgang van de 62 weken naar de laatste week.

De 62 weken (434 jaar) lopen dan van 605/606 v.Chr. tot 171/170 v.Chr.

Dit sluit aan bij Daniël 1, waar de deportatie in 605 wordt gesitueerd.

De 7 weken (49 jaar) worden dan geplaatst vóór de 62 weken, van 587–538 v.Chr., tussen:

– de verwoesting van de tempel (587 v.Chr.)

– en het decreet van Cyrus (538 v.Chr.)

Hiermee ontstaat een tweedelige structuur:

• 49 jaar van verwoesting en geen gezalfde leiders (587–538).

• 434 jaar van voortdurende buitenlandse dominantie (605–171), eindigend met de dood van Onias.

• 7 jaar van extreem lijden (170–163).

Belangrijkste theologische conclusie

De auteur betoogt dat Daniël een herinterpretatie van “ballingschap” biedt:

• Ballingschap eindigt niet met terugkeer naar het land (538),

maar pas wanneer vreemde overheersing eindigt.

Dit past in een apocalyptisch perspectief waarin alleen God zelf uiteindelijk bevrijding brengt.

Literaire conclusie

• Het raamwerk van Daniël (met het begin in 605 v.Chr.) is afhankelijk van de chronologische schema’s in hoofdstuk 9.

• Daniël 1 is daarom waarschijnlijk een late toevoeging, gemaakt om het boek te openen en de visioenen (7–12) te kaderen.

Eindnoten

[1] https://www.academia.edu/321307/In_Search_of_the_Seventy_Weeks_of_Daniel_9


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *