Inleiding

Genesis 6-9 beschrijft de zondvloed. In Genesis 7:19-21 staat:

19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt.

20 Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.

21 ¶ En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om. (NBG51).

Vijftien el is ca. 6,75 meter. Is er wel genoeg water om dit te bereiken.

Gegevens

De gemiddelde hoogte van de totale landmassa op aarde (het blootgestelde landoppervlak) bedraagt ongeveer 840 tot 841 meter boven de zeespiegel. Deze gemiddelde hoogte is berekend op basis van het gehele landoppervlak, inclusief hooggebergten en vlaktes.

Belangrijke details:

Landhoogte: Terwijl de gemiddelde hoogte van het land 840m is, zijn de wereldzeeën gemiddeld 3.729m diep.

Uitschieters: De gemiddelde hoogte varieert enorm per continent, waarbij Antarctica het hoogste continent is met een gemiddelde hoogte van rond de 2500m.

Aardoppervlak: Ongeveer 29% van de aarde bestaat uit land, en 71% uit water.

De waterverdeling op aarde en onze atmosfeer is: zie figuur 1.

Figuur 1

Als al het water uit de atmosfeer in één keer naar beneden zou vallen, stijgt de zeespiegel slechts met 2,5 cm. Stel je voor dat alle berggletsjers over de hele wereld gesmolten zouden zijn. Dan stijgt de zeespiegel hierdoor zo’n 35 centimeter. Als ook de Groenlandse ijskap – die 20 keer zoveel massa heeft als alle berggletsjers bij elkaar – zou smelten, stijgt de zeespiegel nog eens 7 meter. Zou ten slotte ook de ijskap van Antarctica smelten – die weer acht keer zo groot is als de Groenlandse ijskap – dan komt daar nog eens 56 meter bij. In totaal zal de zeespiegel dan dus ruim 60 meter stijgen. [1]

Dit alles is nog veel te weinig water om de landmassa onder water te zetten.

Misschien moet de oplossing komen uit wat in Genesis 7:11 staat:

In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.

Is er water onder het aardoppervlak; en dan niet een klein beetje maar een enorme hoeveelheid.

Ringwoodiet

Ringwoodiet is een hoge‑druk polymorf van olivijn (Mg₂SiO₄) die voorkomt in de mantelovergangszone van de aarde, op ~525–660 km diepte. Het is vooral beroemd omdat het hydroxide‑ionen (OH⁻) kan opnemen in zijn kristalstructuur — een aanwijzing dat er mogelijk 1–3 keer de hoeveelheid water van alle wereldzeeën in de diepe mantel aanwezig is. [2].

Wat ringwoodiet precies is

– Chemische formule: (Mg,Fe)₂SiO₄

– Structuur: spinel‑type kristalrooster (kubisch, isometrisch).

– Polymorf van: olivijn → wadsleyiet → ringwoodiet (bij toenemende druk).

– Kleur: meestal diepblauw, maar ook violet, rood of kleurloos. [2]

Waar het voorkomt

– Mantelovergangszone (410–660 km): ringwoodiet domineert vooral het onderste deel (520–660 km). [3].

– Meteorieten: voor het eerst gevonden in de Tenham‑meteoriet (1969). [1].

– Aardse monsters: in 2014 voor het eerst ontdekt als insluitsel in een diamant uit Brazilië — en deze bevatte ~1.5% water. [4].

Waarom ringwoodiet zo belangrijk is

– Het kristalrooster kan OH⁻‑groepen opnemen door Mg‑plaatsen te vervangen.

– Dit impliceert een gigantisch verborgen waterreservoir in de mantelovergangszone. [1].

– Deze ontdekking verandert ons begrip van:

– de aardse watercyclus,

– mantelconvectie,

– vulkanisme,

– en zelfs de vorming van de aarde.

Stabiliteit en faseovergangen

– Olivijn → wadsleyiet rond 410 km.

– Wadsleyiet → ringwoodiet rond 520 km.

– Ringwoodiet → bridgmaniet + ferropericlase rond 660 km (18–23 Gpa). [3].

Deze overgangen veroorzaken de seismische discontinuïteiten op 410, 520 en 660 km diepte.

Naamgeving

Ringwoodiet is genoemd naar Ted Ringwood, een Australische geochemicus die de faseovergangen van olivijn experimenteel voorspelde. [1]

Kan al het water in ringwoodiet in één keer vrijkomen?

Nee — al het water in ringwoodiet kan niet in één keer vrijkomen. Het water zit chemisch gebonden in het kristalrooster als hydroxide‑ionen (OH⁻), niet als vloeibaar water. Er bestaat geen fysisch of geologisch mechanisme dat dit in één klap kan “loslaten” zoals een explosie of een wereldwijde vloed.

1. Waarom een plotselinge vrijgave onmogelijk is

1.1 Water zit chemisch vast, niet als vloeistof

Ringwoodiet bevat water in de vorm van OH⁻‑groepen die magnesium‑plaatsen in het kristalrooster vervangen. Dit is geen vrij water dat kan stromen of uitbarsten. [1].

1.2 Alleen faseovergangen kunnen water vrijmaken — maar langzaam

Wanneer ringwoodiet bij ~660 km diepte overgaat in bridgmaniet + ferropericlase, komt een deel van het gebonden water vrij.

Maar:

– dit gebeurt geleidelijk,

– over geologische tijdschalen,

– en alleen waar mantelstroming materiaal door de 660‑km discontinuïteit voert.

Er is geen mechanisme dat de hele mantelovergangszone tegelijk laat transformeren.

1.3 De mantel is solide en convecteert traag

Zelfs in de overgangszone (410–660 km) is de mantel vast gesteente dat zich gedraagt als een zeer trage, plastische vaste stof.

Geen enkel proces kan een wereldwijde, simultane ontgassing veroorzaken.

2. Hoeveel water zit er eigenlijk in ringwoodiet?

Studies tonen dat ringwoodiet 1–2 wt% water kan bevatten, soms tot ~2.5 wt% in uitzonderlijke monsters. [5], [6].

Omdat de overgangszone enorm groot is, komt dit neer op 1–3 keer de hoeveelheid water van alle huidige oceanen — maar volledig gebonden in mineralen, niet als een oceaan.

3. Wat wel kan gebeuren: lokale waterfluxen

Hoewel een globale “burst” onmogelijk is, kunnen lokale processen water mobiliseren:

– Mantelpluimen die ringwoodiet naar lagere druk brengen → gedeeltelijke ontwatering.

– Subductiezones waar water uit mineralen vrijkomt → smeltvorming en vulkanisme.

– Diamantvorming waarbij ringwoodiet‑insluitsels water afgeven.

Maar dit zijn plaatselijke en langzame processen, geen catastrofale wereldwijde gebeurtenissen.

4. Implicatie voor Genesis 7:11

Als je dit koppelt aan je eerdere vraag over Genesis 7:11:

De Hebreeuwse uitdrukking “maʿĕyənōṯ təhōm rabbāh” (“fonteinen van de grote diepte”) kan taalkundig verwijzen naar plotselinge, gewelddadige wateruitbarstingen — maar niet naar het in één keer vrijkomen van het water in de mantelovergangszone. Dat reservoir is fysisch niet in staat tot zo’n gebeurtenis.

Eindnoten

[1] https://www.natuurkunde.nl/artikelen/3791/smeltende-gletsjers-stijgende-zeespiegel

[2] https://en.wikipedia.org/wiki/Ringwoodite

[3] https://www.chemeurope.com/en/encyclopedia/Ringwoodite.html

[4] https://sites.google.com/site/highpmineral/olivine-polymorphs

[5] https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5462500/

[6] https://www.frontiersin.org/journals/earth-science/articles/10.3389/feart.2014.00038/full


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *